ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering na beoordeling beperkingen
Appellant was aanvankelijk arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100%, maar per 31 maart 2004 werd dit herzien naar 15 tot 25%. Het Uwv verklaarde de bezwaren tegen deze herziening ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het Uwv de beperkingen van appellant zorgvuldig heeft vastgesteld en dat er geen aanwijzingen zijn dat deze onjuist zijn. De stellingen van appellant over fysieke en psychische beperkingen zijn onvoldoende onderbouwd en herhalen eerdere argumenten. Het Uwv heeft de juiste maatstaf gehanteerd door te beoordelen of appellant de functies kon vervullen die relevant zijn voor de WAO-uitkering.
De Raad wijst op een onvolledige motivering van de rechtbank, maar acht dit onvoldoende reden om het vonnis te vernietigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat appellant per 21 juni 2004 weer in staat was om de relevante arbeid te verrichten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 21 juni 2004 niet langer arbeidsongeschikt was voor de relevante functies.