ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herhalingsbrief intrekking WAO-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een schrijven van 17 december 2003 waarin het Uwv haar WAO-uitkering per 1 december 2003 intrekt wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Dit schrijven volgde op een eerder besluit van 10 november 2003 waarin de intrekking van de uitkering was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het schrijven niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Appellante voerde aan dat zij het schrijven niet als een besluit had herkend en daarom te laat bezwaar had gemaakt. Het Uwv stelde dat het schrijven als een primair besluit moest worden gezien.
De Raad oordeelde dat het schrijven van 17 december 2003 geen zelfstandig besluit is, maar een herhaling van het eerdere besluit van 10 november 2003. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, al waren de gronden daarvoor niet correct. De eerdere intrekking van de WAO-uitkering per 1 december 2003 blijft van kracht.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het griffierecht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd met verbetering van gronden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het schrijven van 17 december 2003 is niet-ontvankelijk verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering per 1 december 2003 blijft gehandhaafd.