ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies na WAO-schatting
Appellant, voormalig technisch directeur, meldde zich ziek met rug- en psychische klachten en kreeg na 52 weken een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%. Het UWV selecteerde functies die appellant nog kon verrichten. Later meldde appellant zich opnieuw ziek met overspanningsklachten. Het UWV besloot het ziekengeld te beëindigen omdat appellant geschikt werd geacht voor de geselecteerde functies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat persoonlijke omstandigheden hem verhinderen te solliciteren naar deze functies, die hij ook als onder zijn niveau ervaart. Deskundigen rapporteerden een depressief beeld, maar stelden dat dit geen doorslaggevende reden is om ongeschikt te zijn voor de functies. De Raad overwoog dat geschiktheid voor ten minste één geselecteerde functie uitsluit dat sprake is van ongeschiktheid in de zin van de Ziektewet.
De Raad concludeerde dat op basis van het deskundigenadvies niet vaststaat dat werkhervatting tot gezondheidschade leidt. Daarom is het besluit van het UWV om het ziekengeld te weigeren terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.