ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in WAO-procedure ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen die zich onbevoegd had verklaard om te oordelen over het beroep tegen een beslissing van het UWV. De Raad had eerder het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit reeds onderwerp van geschil was geweest en hierover al was beslist. Appellant kwam in verzet tegen deze onbevoegdverklaring en verzocht om wraking van twee raadsleden, welke verzoeken werden afgewezen.
De Raad overwoog dat ingevolge artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 18, tweede lid, van de Beroepswet geen hoger beroep mogelijk is tegen een uitspraak waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaart, tenzij er sprake is van een evidente schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. Uit het verzet kwamen geen aanwijzingen naar voren die een dergelijke schending aannemelijk maken.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak van de rechtbank Zutphen in stand. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 november 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.