ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kwijtschelding schuld bijstand na terugvordering
Appellante verzocht de gemeente Breda om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een schuld die was ontstaan door onherroepelijke terugvordering van bijstand. De gemeente wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing, waarna appellante in hoger beroep ging.
De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat de Wet werk en bijstand (WWB) sinds 1 januari 2004 van toepassing is en dat artikel 58 WWB Pro de mogelijkheid tot terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand biedt. De bevoegdheid tot (gedeeltelijke) kwijtschelding is discretionair en ingevuld door het debiteurenbeleid van de gemeente Breda. Dit beleid stelt dat bij een vordering groter dan zestig maal het maandelijkse aflossingsbedrag pas tot kwijtschelding kan worden overgegaan indien minstens 75% van de hoofdvordering is voldaan, tenzij bijzondere individuele omstandigheden aanwezig zijn.
Appellante had meer dan zestig maanden afgelost, maar nog geen 75% van de schuld terugbetaald. Haar psychische klachten werden niet aannemelijk gemaakt met een medische verklaring en de Commissie vond haar omstandigheden onvoldoende zwaarwegend voor kwijtschelding. De Raad vond het standpunt van de Commissie redelijk en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot kwijtschelding van de restantvordering wordt bevestigd.