ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische afzakker en maatmanomvang in WAO-uitkering
Appellante, werkzaam bij de Belastingdienst, stelde dat haar urenvermindering op medische gronden was gebaseerd en dat zij als medische afzakker moest worden beschouwd. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het UWV had de maatmanomvang vastgesteld op 25,2 uur per week.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Raad overwoog dat het geschil uitsluitend ging over de vraag of zij per 11 maart 2002 als medische afzakker kon worden aangemerkt. De Raad bevestigde dat het UWV de maatmanomvang terecht had vastgesteld en dat appellante geen medische gronden had aangevoerd voor haar urenvermindering.
De Raad wees erop dat de aantekeningen van de bedrijfsarts lieten zien dat het initiatief voor minder werken van appellante zelf uitging en dat er geen medische aanwijzingen waren dat de urenvermindering op medisch advies was gebaseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de maatmanomvang van 25,2 uur per week wordt bevestigd.