ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en ziekengeld na nieuwe ziekmelding
Appellant, werkzaam als schoonmaker, viel in 1998 uit wegens knieklachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Na bezwaar werd dit verhoogd naar 80-100%, maar een herbeoordeling leidde tot intrekking van de WAO-uitkering per november 2000 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
Appellant meldde zich in mei 2001 opnieuw ziek, maar het Uwv weigerde ziekengeld op grond van de Ziektewet. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het bezwaar van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen niet serieus werden genomen.
De Raad oordeelde dat het onderzoek adequaat was, dat geen nieuwe objectieve medische gegevens waren ingebracht en dat de bezwaararbeidsdeskundige de mate van arbeidsongeschiktheid juist had vastgesteld. De klachten van appellant werden serieus genomen, maar gaven geen aanleiding tot herziening van het besluit. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WAO-uitkering en ziekengeld en wijst het hoger beroep af.