ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde uitkering en proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke procedure
Appellant ontving sinds 1996 een uitkering op grond van de Uitkeringsregeling 1966 (UR). Na ziekte in 1997 kende het UWV hem met terugwerkende kracht een WAO-uitkering toe. De minister vorderde vervolgens een bedrag terug wegens vermeende teveel betaalde UR-uitkering, maar verklaarde bezwaar gegrond en trok het besluit in 2000 in. Later werd een bedrag alsnog teruggevorderd na verrekening met de WAO-uitkering.
Appellant stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar en tegen de hoogte van de terugvordering. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en vernietigde het terugvorderingsbesluit voor een deel. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling uitsprak voor het uitblijven van een tijdige beslissing, en vernietigt dit deel van de uitspraak. De Raad bevestigt dat de motivering van het terugvorderingsbesluit van 2004 voldoende is, ondanks complexiteit. De Raad wijst erop dat appellant geen verwijt treft en dat de terugvordering conform jurisprudentie is toegepast.
Ten slotte veroordeelt de Raad de minister tot betaling van proceskosten aan appellant in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De zaak betreft de juiste toepassing van terugvordering en motivering in bestuursrechtelijke procedures omtrent uitkeringen.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak over proceskostenveroordeling en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan appellant.