ECLI:NL:CRVB:2005:AS4916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt terugvorderingsbesluit wegens onredelijke vertraging
Appellant kreeg ten onrechte AAW- en WAO-uitkeringen toegekend over de periode 1 januari 1987 tot en met 31 december 1989. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), vorderde deze onverschuldigde betalingen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat de lange vertraging in de afhandeling van zijn bezwaar onredelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de termijn van ruim 46 maanden voor het beslissen op het bezwaar onaanvaardbaar was en in strijd met de zorgvuldigheidsplicht volgens artikel 3:2 Awb Pro. Hoewel de terugvordering zelf terecht was en binnen de wettelijke termijn van vijf jaar viel, was de trage besluitvorming een reden voor matiging van het terugvorderingsbedrag.
De Raad wees erop dat er geen sprake was van complexe omstandigheden en dat gedaagde de vertraging niet kon rechtvaardigen met onderbezetting. Ook het feit dat appellant niet eerder op besluitvorming had aangedrongen, deed hieraan niet af. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het Uwv het betaalde griffierecht aan appellant moest vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens onaanvaardbare vertraging in de bezwaarbehandeling.