ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5092
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep op periodieke uitkering op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellante, geboren in 1942 en vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, vordert een periodieke uitkering en aanvullende voorzieningen. Verweerster had eerder vastgesteld dat er geen ziekten of gebreken zijn die voortvloeien uit de vervolging, waardoor appellante geen recht zou hebben op uitkering. Na een eerdere uitspraak van de Raad die het besluit van verweerster vernietigde, werd appellante opnieuw medisch onderzocht.
Op basis van het medisch onderzoek door arts F. Zwerver en het rapport van prof. dr. B.N.J. Schreuder is vastgesteld dat appellante lijdt aan een angststoornis (agorafobie met paniekaanvallen) die leidt tot aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren en sociaal functioneren, zoals vastgesteld aan de hand van de AMA-schaal. Verweerster weigerde echter een periodieke uitkering en bepaalde vergoedingen toe te kennen, onder andere omdat zij meende dat de beperkingen onvoldoende waren en dat bepaalde klachten niet causaal samenhangen met de vervolging.
De Raad oordeelt dat de psychische klachten van appellante wel degelijk leiden tot verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdgenoten en dat zij daarom aanspraak kan maken op een periodieke uitkering. Andere voorzieningen, zoals vergoeding voor sociaal vervoer en vakantie met begeleiding, werden afgewezen omdat de medische onderbouwing daarvoor ontbrak of omdat de klachten niet in verband stonden met de vervolging. De Raad veroordeelt verweerster in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het weigert een periodieke uitkering toe te kennen en gelast verweerster een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor de weigering van een periodieke uitkering en het bestreden besluit is in dat onderdeel vernietigd.