ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens niet nakomen sollicitatieplicht voorafgaand aan werkloosheid
Appellant was werkzaam als schilder en kreeg te horen dat zijn arbeidsovereenkomst per 3 december 2004 zou eindigen. Vanaf 6 december 2004 ontving hij een WW-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) legde een korting van 20% op de WW-uitkering op voor 16 weken omdat appellant voorafgaand aan zijn eerste werkloosheidsdag niet had gesolliciteerd, wat in strijd was met zijn sollicitatieplicht.
Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde dat hij niet kon worden verweten dat hij niet had gesolliciteerd, mede omdat er volgens hem geen passende vacatures waren in de regio Friesland, vooral in de winterperiode. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 24 van Pro de WW van een werknemer wordt verlangd dat hij vanaf de datum van opzegging sollicitatieactiviteiten ontwikkelt. De Raad hanteert de vooronderstelling dat sollicitaties de kans op werk vergroten en het werkloosheidsrisico verkleinen, tenzij appellant aannemelijk maakt dat dit niet op hem van toepassing is. Dit is niet gebeurd.
Verder oordeelt de Raad dat het Uwv niet hoefde aan te tonen dat er vacatures waren en dat appellant ook door open sollicitaties of inschrijving bij een uitzendbureau passend werk had kunnen zoeken. De korting op de uitkering blijft daarom van kracht. De Raad wijst een vergoeding van proceskosten af en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering voor 16 weken wordt bevestigd wegens niet nakomen van de sollicitatieplicht.