ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering hogere toelage-buitenland wegens niet-samenwoning
Appellant, een sergeant-majoor bij de mariniers, ontving vanaf 13 maart 2001 een hogere toelage-buitenland omdat hij samenwoonde met zijn partner V., die door het ABP als partner was erkend. De commandant vorderde later deze toelage terug voor de periode medio augustus 2001 tot en met 21 oktober 2002, omdat appellant en V. niet langer op hetzelfde adres woonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat uit verklaringen van appellant en V. bleek dat V. vanaf medio augustus 2001 beschikte over eigen woonruimte en feitelijk niet meer metterwoon bij appellant verbleef. Dit rechtvaardigde de conclusie dat zij gescheiden leefden, anders dan om redenen van dienst.
De Raad verwierp het betoog van appellant dat er feitelijk nog samenwoning was, omdat V. zich slechts enkele dagen per maand terugtrok in de eigen woonruimte. Ook latere verklaringen bevestigden dat V. de meeste nachten in zijn eigen woning verbleef en zijn inboedel daar had. Appellant had de gewijzigde situatie niet gemeld, waardoor de toelage over die periode onverschuldigd was betaald.
De Raad vond geen reden om het besluit tot terugvordering onredelijk te achten en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de hogere toelage-buitenland bevestigd.