ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5246
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn van zes weken. Appellant deed hiertegen verzet en stelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend met een afschrift als bewijs.
Tijdens de zitting verscheen appellant niet, terwijl het UWV zich liet vertegenwoordigen. De Raad stelde vast dat het beroepschrift op 29 november 2005 was ontvangen en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het tijdig, dat wil zeggen uiterlijk 23 november 2005, was verzonden.
De Raad benadrukte dat het aan appellant is om een uitzonderingssituatie aan te tonen die het overschrijden van de termijn verschoonbaar maakt, bijvoorbeeld door een leesbaar poststempel of bewijs van aangetekende verzending. Dit bewijs ontbrak, waardoor het verzet ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.