ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ambtenaar
Appellante was werkzaam als verhaalsmedewerker bij de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam. In april 2003 werd zij door een bankinstelling verdacht van een frauduleuze kredietaanvraag waarbij zij een vervalste salarisspecificatie gebruikte om een krediet van €31.200,- op naam van haar echtgenoot te verkrijgen.
Na een intern onderzoek en aanvankelijke ontkenning erkende appellante op 15 mei 2003 de feiten. Zij voerde ter verontschuldiging aan onder dwang van criminele contacten van haar echtgenoot te hebben gehandeld, wat niet werd bevestigd door politieonderzoek. Het college besloot haar wegens ernstig plichtsverzuim onvoorwaardelijk te ontslaan, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat haar gedragingen het vertrouwen van het college ernstig schaadden en de reputatie van de dienst konden aantasten. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst de stellingen van appellante over toezeggingen en steun binnen de dienst af. Het hoger beroep wordt verworpen en de ontslagbeslissing bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het onvoorwaardelijk disciplinair ontslag wordt bevestigd.