ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens niet-verschoonbare overschrijding beroepstermijn
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van appellante tegen het UWV inzake een uitspraak van de rechtbank Utrecht van 10 augustus 2005. Het hoger beroep was ingediend na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van zes weken. Appellante stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege haar toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, waarbij haar post via een postblokkade naar een bewindvoerder werd gestuurd die ziek was.
De Raad constateerde dat de uitspraak van de rechtbank naar de gemachtigde van appellante was gestuurd, die deze vervolgens doorzond naar appellante, waarna de post via de postblokkade bij de bewindvoerder terechtkwam. Pogingen van de gemachtigde om telefonisch contact te krijgen met appellante waren onsuccesvol. Er was onduidelijkheid over het ophalen of doorzenden van de post door appellante, maar het lag op haar weg deze onduidelijkheid weg te nemen. Bovendien had haar gemachtigde zonder toestemming hoger beroep kunnen instellen ter behoud van de termijn.
Gezien deze omstandigheden oordeelde de Raad dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De Raad zag geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en kwam daardoor niet toe aan inhoudelijke behandeling van het geschil. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.