ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering wegens ontbreken dringende reden
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het terugvorderingsbesluit van een onverschuldigde WAO-uitkering vernietigde. De rechtbank oordeelde dat niet was onderzocht of sprake was van een dringende reden in de zin van artikel 57, vierde lid, van de WAO, waardoor het terugvorderingsbesluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het UWV stelde in hoger beroep dat de verplichting tot onderzoek naar dringende redenen slechts geldt indien de betrokkene hier expliciet een beroep op doet of er omstandigheden zijn die daartoe aanleiding geven. In deze zaak was geen beroep gedaan en waren geen omstandigheden die een dergelijk onderzoek rechtvaardigden. De Raad onderschreef dit standpunt en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep van de betrokkene ongegrond, waarmee het terugvorderingsbesluit in stand bleef. De Raad benadrukte dat de onderzoeksplicht naar dringende redenen beperkt is en afhankelijk van het handelen van de betrokkene en de omstandigheden van het geval.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit blijft in stand.