ECLI:NL:CRVB:2005:AT8381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Inkomsten studiefinanciering echtgenote bij vaststelling bijstandsnorm
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor gehuwden. Na toekenning van studiefinanciering aan de echtgenote van appellant, herzag de gemeente de uitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder en hield daarbij rekening met een bedrag aan studiefinanciering van € 935,81, gebaseerd op de normbedragen voor levensonderhoud van zowel de echtgenote als appellant zelf.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat niet het volledige bedrag aan studiefinanciering in aanmerking moest worden genomen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat ingevolge de Abw het inkomen uit studiefinanciering moet worden meegenomen naar het normbedrag voor levensonderhoud, waarbij de normbedragen voor zowel de studerende echtgenote als de partner in aanmerking worden genomen. De leningcomponent binnen de studiefinanciering doet hieraan niet af. Het inkomen van de echtgenote uit studiefinanciering plus de bijstandsnorm voor appellant overschrijdt de gehuwdennorm, waardoor de bijstand van appellant wordt verminderd.
De Raad concludeerde dat de gemeente terecht het inkomen uit studiefinanciering volledig heeft betrokken bij de berekening van de bijstand en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt vastgesteld rekening houdend met het volledige inkomen uit studiefinanciering van de echtgenote.