ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant, die sinds 1 februari 2005 een WW-uitkering ontving, kreeg deze met ingang van 11 april 2005 met 20% verlaagd voor een periode van 16 weken wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen. Het Uwv baseerde dit op een werkbriefje en telefonische informatie waaruit bleek dat appellant slechts twee sollicitaties had verricht, terwijl ten minste vier sollicitaties vereist waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat slechts twee sollicitaties als concreet en verifieerbaar konden worden aangemerkt. Appellant voerde aan dat hij meer had gedaan, zoals informeren bij familie en voormalige werkgevers, en zich had ingezet voor het behoud van zijn baan, maar deze activiteiten werden niet als voldoende beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en overwoog dat de veronderstelling geldt dat voldoende sollicitatieactiviteiten de kans op werk vergroten. De door appellant aangevoerde persoonlijke omstandigheden waren niet uitzonderlijk genoeg om hiervan af te wijken. Ook was er geen sprake van verminderde verwijtbaarheid of dringende reden om af te zien van de maatregel.
De Raad bevestigde daarom de verlaging van de WW-uitkering en wees een verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen wordt bevestigd.