ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag WAJONG-uitkering en bijzondere omstandigheden voor eerdere ingangsdatum
Appellant heeft op 5 september 2002 een aanvraag ingediend voor een WAJONG-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid die sinds zijn 18e verjaardag bestond. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft het standpunt ingenomen dat de uitkering niet eerder kan ingaan dan één jaar voor de aanvraagdatum, omdat geen sprake is van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de WAJONG.
De rechtbank Amsterdam heeft dit standpunt bevestigd, stellende dat appellant ondanks psychische arbeidsongeschiktheid vanaf zijn 18e jaar redelijkerwijs eerder had kunnen aanvragen, mede omdat hij hulp uit zijn omgeving kon inroepen. De Raad heeft bij hoger beroep overwogen dat appellant en zijn moeder vanaf het 18e levensjaar op de hoogte waren van zijn beperkingen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het late aanvragen rechtvaardigen.
Hoewel appellant en zijn moeder pas in 2002 door contact met een psychiater meer inzicht kregen in de medische achtergrond van zijn problemen, leidt dit niet tot een ander oordeel. Onbekendheid met de regelgeving en het bestaan van de WAJONG-uitkering vormt geen geldige reden voor het late indienen van de aanvraag. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAJONG-uitkering niet eerder ingaat dan één jaar voor de aanvraagdatum wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.