ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag bij bedrijfsartsbezoek
Appellant was werkzaam bij een werkgever en werd op staande voet ontslagen na een incident bij een bedrijfsartsbezoek. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbaar gedrag dat tot ontslag leidde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant zich zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden. Appellants argumenten over overspannenheid, fouten van de werkgever, arbodienst en bedrijfsarts werden verworpen wegens gebrek aan bewijs en relevantie. De Raad benadrukte dat het gedrag jegens de bedrijfsarts ook als gedrag jegens de werkgever wordt gezien.
De Raad concludeerde dat er geen medische gegevens waren die de verwijtbaarheid konden verminderen en dat de werkgever rechtmatig had gehandeld. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag van appellant bij het bedrijfsartsbezoek.