ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5964
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar berekening periodieke uitkering vervolgingsslachtoffer
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarbij zijn bezwaar tegen de berekening van de periodieke uitkering over bepaalde jaren niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad oordeelde dat de berekeningsbeschikking van 30 juni 2005 definitief was vastgesteld voor de jaren 1999, 2000 en 2004 en vanaf 1 januari 2005 voorlopig, maar geen nieuw besluit bevatte over de jaren 2001 tot en met 2003.
Appellant stelde dat de berekening over de jaren 2001 tot en met 2003 op een onjuiste feitelijke grondslag berustte. De Raad overwoog dat deze jaren niet onderwerp waren van de bestreden beschikking en dat het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk was verklaard. De appellant werd gewezen op de mogelijkheid om op grond van artikel 61, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 een verzoek tot herziening van eerdere berekeningsbeschikkingen in te dienen.
De Raad concludeerde dat het beroep niet tot vernietiging van het besluit kon leiden en dat er geen aanleiding was voor vergoeding van proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens ontbreken van een nieuw besluit over de jaren 2001 tot en met 2003.