ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning oorlogsgetroffene tweede generatie wegens onvoldoende verband psychische klachten
Appellante heeft verzocht om erkenning als oorlogsgetroffene van de tweede generatie op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees dit verzoek af omdat de psychische klachten van appellante niet in overwegende mate in verband staan met de vervolging van haar moeder. Na eerdere vernietiging van een besluit wegens beoordelingsfouten, werd appellante opnieuw onderzocht door een psychiater die beschikte over de medische gegevens van de moeder.
De psychiater concludeerde dat de psychopathologie van appellante meerdere oorzaken kent, waaronder familie- en persoonlijke problematiek, en dat de vervolging van de moeder niet in overwegende mate de oorzaak is. De Raad achtte dit oordeel overtuigend en vond geen aanleiding dit te betwijfelen op basis van andere medische rapporten.
De Raad oordeelde dat verweerster correct uitvoering heeft gegeven aan de eerdere uitspraak en dat het beroep ongegrond is. De aanvraag tot gelijkstelling met de vervolgde wordt daarom afgewezen, waarmee appellante niet in aanmerking komt voor voorzieningen op grond van de Wet.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als oorlogsgetroffene tweede generatie wordt afgewezen.