ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6044
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUBO-uitkering wegens ontbreken blijvend letsel door oorlogscalamiteiten
Appellant, geboren in 1939 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg in 2004 een WUBO-uitkering aan op grond van gezondheidsklachten die hij toeschreef aan gebeurtenissen tijdens de Bersiap-periode. De Pensioen- en Uitkeringsraad erkende dat appellant getroffen was door oorlogsgeweld in Tomohon, maar wees de uitkering af omdat niet was voldaan aan de eis van blijvende invaliditeit door oorlogscalamiteiten.
Appellant voerde aan dat hij onder meer gekidnapt en gevangen gehouden was en dat meerdere traumatische gebeurtenissen hadden geleid tot blijvende psychische invaliditeit. Hij ondersteunde dit met een psychiatrisch rapport. De Raad oordeelde echter dat de oorlogscalamiteit in Tomohon beperkt was, zonder bloedvergieten en met goede huisvesting voor vrouwen en kinderen, waardoor geen sprake was van gevangenhouding.
Het beleid van de Raad omtrent sequentiële oorlogstraumatisering werd bevestigd, maar de medische beoordeling toonde aan dat de psychische klachten vooral voortkwamen uit algemene oorlogsomstandigheden en gezinsproblemen, niet uit de geverifieerde calamiteit. Het psychiatrisch rapport van appellant week niet af van deze diagnose en de Raad vond de speculatieve bijdrage van de calamiteit onvoldoende.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WUBO-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvend letsel door oorlogscalamiteiten.