ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos zijn door overtreding bedrijfsregels
Appellant, werkzaam als distributiechauffeur, diende op 13 september 2004 een WW-uitkering in, die door het UWV werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos zou zijn. Het UWV stelde dat appellant door zijn gedrag en het niet naleven van bedrijfsregels geen verlenging van zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst had gekregen. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat appellant de bedrijfsregels had overtreden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank zonder nader onderzoek de verklaringen van de werkgever had aangenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verplichting om passend werk te behouden op appellant rustte en dat het niet verlengen van het dienstverband aan zijn gedrag te wijten was. Uit de stukken bleek dat appellant zich regelmatig niet aan de strikte bedrijfsregels had gehouden, waaronder het achterlaten van zendingen op ongeoorloofde plaatsen en het onjuist invullen van distributielijsten.
Hoewel appellant deze feiten niet ontkende, bagatelliseerde hij ze. De Raad vond echter geen reden om de verklaringen van de werkgever in twijfel te trekken en zag geen aanleiding tot nader onderzoek. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af, waarmee de weigering van de WW-uitkering stand hield.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd omdat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden.