ECLI:NL:CRVB:2006:AZ7213
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €105 niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald. Appellant deed hiertegen verzet, dat ter zitting werd behandeld zonder dat partijen verschenen.
De Raad overwoog dat het niet tijdig betalen van het griffierecht niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. De wetgever mag een betalingstermijn stellen en koppelt aan het niet naleven daarvan het rechtsgevolg van niet-ontvankelijkheid.
Appellant had uitstel gekregen voor betaling vanwege een aanvraag om bijzondere bijstand, maar na het verstrijken van de verlengde termijn reageerde hij niet meer. De Raad vond geen gronden om het verzuim niet aan appellant toe te rekenen en verklaarde het verzet ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.