ECLI:NL:CRVB:2006:AZ9952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Recht op WW-uitkering tijdens vakantie en sollicitatieverplichting bij ziekenhuisopname
Appellante ontving een WAO-uitkering die per 7 augustus 2002 werd ingetrokken. Zij was van 8 juli tot en met 3 september 2002 met vakantie en vroeg later een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde de WW-uitkering vanaf 7 augustus 2002 omdat appellante op vakantie was en legde een korting van 20% op vanwege onvoldoende sollicitatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV ten onrechte de WW-uitkering vanaf 7 augustus 2002 heeft afgewezen, omdat vakantie binnen de duur van de Vakantieregeling geen uitsluitingsgrond vormt. Wel bevestigt de Raad de maatregel wegens onvoldoende sollicitatie in de periode na terugkomst van vakantie.
Appellante voerde aan dat een ziekenhuisopname een reden was om niet te solliciteren, maar de Raad vond dat de oproep voor operatie pas na de sollicitatieperiode was ontvangen, waardoor geen dringende reden bestond om van de maatregel af te zien. De Raad veroordeelde het UWV tevens tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het recht op WW-uitkering tijdens vakantie wordt erkend, maar de korting wegens onvoldoende sollicitatie wordt bevestigd.