ECLI:NL:CRVB:2007:AZ5976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellante, die ziekengeld ontving wegens rug- en psychische klachten, werd per 5 augustus 2002 door het Uwv medisch herbeoordeeld en werd geacht niet meer recht te hebben op ziekengeld omdat zij geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel na overleg met de huisarts en zonder aanwijzingen voor toename van mentale beperkingen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten waren onderschat en dat het Uwv informatie had moeten inwinnen bij haar psychiater en een onafhankelijke deskundige had moeten inschakelen. Ook stelde zij dat de rechtbank ten onrechte de wet Amber niet toepaste.
De Raad overwoog dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag voor toepassing van de wet Amber in dit kader en dat het Uwv op goede gronden het ziekengeld had ontzegd. Er was geen noodzaak voor aanvullend onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De Raad bevestigde het oordeel dat appellante geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld per 5 augustus 2002 wordt bevestigd.