ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep intrekking bijstand
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Loenen heeft bij besluit de bijstand aan betrokkene ingetrokken over de periode van 1 juni 2001 tot 1 mei 2005 en de kosten van bijstand teruggevorderd. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank het besluit vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en de gemeente heeft een nieuw besluit genomen, dat opnieuw werd aangevochten.
De gemeente heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om schorsing van de uitspraak te bewerkstelligen totdat in hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het mogelijke financiële risico voor de gemeente bij inning van de terugvordering geen spoedeisend belang oplevert.
Verder is vastgesteld dat het hoger beroep de werking van de uitspraak van de rechtbank niet schorst en dat het risico voor rekening van de gemeente komt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die hier niet zijn gebleken. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en kan de bodemprocedure worden afgewacht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.