ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring in WAO-uitkeringszaak en wijst terug naar rechtbank
Appellant ontving een WAO-uitkering van 45 tot 55%, die het Uwv bij besluit van 22 juni 2004 herzag naar 25 tot 35%. Appellant maakte bezwaar, waarna het Uwv het bezwaar gegrond verklaarde en de arbeidsongeschiktheidsklasse per 22 augustus 2004 herstelde op 45 tot 55%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het Uwv het oorspronkelijke besluit niet langer handhaafde en appellant daardoor geen belang zou hebben bij beoordeling.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk belang had bij een juiste vaststelling van zijn verdiencapaciteit. De Raad overwoog dat procesbelang vereist is dat het met bezwaar of beroep beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. Omdat appellant met zijn bezwaar en beroep een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse kan laten vaststellen, wat een hogere uitkering kan betekenen, is er voldoende procesbelang.
De Raad vernietigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en wees de zaak terug naar de rechtbank voor nadere behandeling. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor nadere behandeling.