ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks fibromyalgieklachten
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen de intrekking van de WAO-uitkering van een werknemer, die door het UWV geschikt werd verklaard voor haar eigen werk. De werknemer had een uitkering gekregen wegens arbeidsongeschiktheid, maar het UWV beëindigde deze nadat een verzekeringsarts had vastgesteld dat zij niet langer ongeschikt was. De werkgever betwistte dit en stelde dat de werknemer leed aan fibromyalgie, wat haar beperkingen zou verklaren.
In hoger beroep bracht de werkgever een deskundigenonderzoek in, waaronder een rapport van een revalidatiearts die concludeerde dat de werknemer waarschijnlijk fibromyalgie had. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat er geen objectieve medische afwijkingen waren geconstateerd en dat de diagnose fibromyalgie niet definitief was gesteld. De klachten waren subjectief en niet voldoende geobjectiveerd volgens de eisen van artikel 18, eerste lid, van de WAO.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht had geconcludeerd dat de werknemer geschikt was voor haar eigen werk en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst niet hoefde te worden aangepast. Het bestreden besluit bleef daarmee in stand en de intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de werknemer medisch gezien geschikt is voor haar eigen werk.