ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6470

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4344 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in WWB-zaak

Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin deze zich onbevoegd verklaarde om het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen te behandelen. De Raad heeft het verzet inhoudelijk beoordeeld en geen gronden gevonden om het appèlverbod te doorbreken zoals bepaald in artikel 18, tweede lid, onder b, van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad constateerde dat er geen sprake was van een evidente schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen. Partijen waren niet verschenen bij de behandeling van het verzet. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden werd het verzet ongegrond verklaard.

Er werd geen aanleiding gezien tot het opleggen van proceskosten. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het appèlverbod in bestuursrechtelijke procedures en benadrukt het belang van rechtszekerheid en procesorde.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

06/4344 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 8 juni 2006, 05/210 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn
Datum uitspraak: 17 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van
26 september 2006 heeft de Raad ter zake van het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak zich onbevoegd verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 26 september 2006 heeft appellant verzet gedaan.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 16 januari 2007 waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 26 september 2006 berust hierop, dat ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een uitspraak van een rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
In hetgeen in verzet is aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om de uitspraak waarvan verzet voor onjuist te houden.
De Raad is verder niet gebleken van feiten of omstandigheden die een doorbreking van het appèlverbod zouden kunnen rechtvaardigen. De Raad merkt in dit verband op dat niet gebleken is, dat sprake is van een evidente schending van de eisen van een goede procesorde, dan wel van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2007.
(get.) A.B.J. van der Ham.
(get.) P.C. de Wit.