ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen WAO-indeling hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld. Na bezwaar en een tussentijds besluit van het UWV werd de arbeidsongeschiktheid per 1 december 2002 vastgesteld op 65 tot 80%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege strijd met artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Het UWV stelde vervolgens bij besluit van 15 juli 2005 de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100%, de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse. De Raad oordeelde dat dit besluit het beroep van appellant geheel tegemoet kwam, waardoor appellant geen procesbelang meer had bij het hoger beroep.
De Raad stelde vast dat het hoger beroep mede gericht was tegen het besluit van 15 juli 2005, maar dat appellant geen belang meer had bij een oordeel over de medische aspecten na 1 december 2002, omdat de Raad zich alleen kan uitspreken over de situatie op die datum. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV met het besluit van 15 juli 2005 geheel aan het beroep tegemoet is gekomen.