ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigd betaalde ANW-uitkering en objectivering verwijtbaarheid mededelingsplicht
De Sociale verzekeringsbank (appellant) vorderde terugbetaling van een onverschuldigd betaalde Algemene nabestaandenwet (ANW)-uitkering van €14.671,73 over de periode december 2000 tot januari 2004 van betrokkene. De aflossingscapaciteit werd vastgesteld op €371,53 per maand, met terugbetaling in 39 termijnen en een slottermijn.
Betrokkene stelde dat hij niet aan de betalingsverplichting kon voldoen vanwege zijn uitkering en andere financiële verplichtingen. De rechtbank oordeelde dat de terugvordering terecht was, maar vernietigde het besluit over de invorderingswijze omdat appellant onterecht artikel 5 van Pro het Besluit invordering had toegepast, terwijl artikel 6 van Pro toepassing was wegens het ontbreken van een verwijtbare schending van de mededelingsplicht.
In hoger beroep stelde appellant dat betrokkene redelijkerwijs had moeten weten dat hij samenwoonde en dit had moeten melden. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van verwijtbaarheid omdat geen boete, aangifte of proces-verbaal was opgemaakt. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en bepaalde dat appellant de mogelijkheid moet onderzoeken om af te wijken van het Besluit vanwege overige schulden van betrokkene.
De Raad legde tevens een griffierecht van €422,- op aan de Sociale verzekeringsbank.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigd betaalde ANW-uitkering wordt bevestigd, maar het besluit over de invorderingswijze wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het Besluit invordering.