ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering nabestaandenuitkering in verdragsrelatie Nederland-Turkije
Appellante diende een aanvraag in voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat de partner van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was volgens Nederlandse noch Turkse wetgeving. Appellante stelde bezwaar in, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht de toepasselijkheid van artikel 33 van Pro het Administratief Akkoord (AA) bij het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Turkije (NTV) en concludeerde dat de rechtbank dit artikel te beperkt had uitgelegd. De Raad volgde het standpunt van de Svb dat artikel 33 van Pro het AA ruimer moet worden geïnterpreteerd en dat de termijn voor het indienen van bezwaar pas begint te lopen vanaf het moment dat het Turkse verbindingsorgaan (SSK) het besluit aan de betrokkene heeft medegedeeld.
De Raad stelde vast dat het bezwaar van appellante daarom ontvankelijk is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Omdat de rechtbank niet aan de inhoudelijke beoordeling toe was gekomen, werd de zaak terugverwezen. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellante en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is ontvankelijk verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.