ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving sinds april 2000 een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In het kader van een rechtmatigheidsonderzoek werd appellant opgeroepen om op 29 juni 2005 gegevens, waaronder bankafschriften, te overleggen. Appellant verscheen niet zonder bericht van verhindering.
Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven schortte daarop de bijstand op met ingang van 29 juni 2005 en nodigde appellant uit voor een nieuw gesprek op 7 juli 2005 om alsnog de ontbrekende gegevens te verstrekken. Ook hieraan gaf appellant geen gehoor. Vervolgens trok het College de bijstand met ingang van 29 juni 2005 in. Het bezwaar van appellant tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard door het College en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College bevoegd was het recht op bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken op grond van artikel 54 WWB Pro. De Raad acht het verwijtbaar dat appellant niet op de oproepen reageerde, ook niet gezien zijn stelling dat hij analfabeet is en afhankelijk van zijn dochter, die op dat moment op vakantie was. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering met ingang van 29 juni 2005 wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens.