ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering ongedaan gemaakt en proceskostenvergoeding toegekend
Appellant, met de Marokkaanse nationaliteit en werkzaam als agrarisch medewerker, kreeg vanaf 1993 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na medische onderzoeken in het buitenland en Nederland besloot het UWV in 2001 de uitkering met ingang van maart 2002 in te trekken wegens een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar, waarbij een psychiatrische expertise in Nederland werd aanbevolen. Het bezwaar werd in 2002 gegrond verklaard.
In 2004 werd het besluit tot intrekking ongedaan gemaakt, waarop appellant het beroep introk. Appellant vorderde vergoeding van gemaakte reis-, verblijf- en overige kosten, maar de rechtbank wees dit af omdat de kosten niet voldoende waren onderbouwd of niet als proceskosten werden beschouwd.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de gevorderde reiskosten volledig en een deel van de verblijfskosten terecht voor vergoeding in aanmerking komen, omdat appellant vanwege het UWV-onderzoek naar Nederland moest reizen. De overige kosten zijn onvoldoende onderbouwd. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en veroordeelt het UWV tot betaling van €880 aan proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering is ongedaan gemaakt en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.