ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over WAO-schatting en weigering ziekengeld door UWV
De zaak betreft het hoger beroep van betrokkene en het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem over de mate van arbeidsongeschiktheid en de weigering van ziekengeld. Betrokkene werd een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, en het UWV weigerde ziekengeld na ziekmelding.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling van het UWV juist is, aangezien betrokkene geen tegenstrijdige medische gegevens heeft overgelegd. De Raad beoordeelt de belastbaarheid van betrokkene in relatie tot de voorgelegde functies en constateert dat de overschrijdingen in de functies huishoudelijke hulp en melkmonsternemer onvoldoende zijn gemotiveerd en niet toelaatbaar zijn.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard omdat de arbeidskundige grondslag voor de WAO-schatting ontoereikend was, met name vanwege onvoldoende motivering van de belasting bij de functie huishoudelijke hulp. De Raad bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de weigering van ziekengeld eveneens terecht is omdat de WAO-schatting niet in stand kan blijven.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene en bepaalt de griffierechten. De uitspraak is gedaan door drie leden van de Centrale Raad van Beroep op 24 januari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de bestreden besluiten en veroordeelt het UWV in de proceskosten van betrokkene.