ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO- en Ziektewetuitkeringen en zorgvuldigheid UWV-besluiten
Appellant, een zelfstandig garagehouder, viel in maart 2000 uit wegens linker elleboogklachten en ontving sindsdien arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de WAO en WAZ. Na medisch en arbeidskundig onderzoek in 2002 besloot het UWV de uitkeringen per 18 december 2002 in te trekken, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond, en de Raad bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit adequaat was, waarbij de klachten van appellant zorgvuldig waren onderzocht en de functiebelastingen passend waren gemotiveerd.
Ten aanzien van het besluit tot weigering van ziekengeld op grond van de Ziektewet oordeelde de Raad echter anders. Appellant had zich op 18 december 2002 ziek gemeld met toegenomen klachten, maar werd niet medisch onderzocht. De Raad stelde vast dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen medisch onderzoek te verrichten en vernietigde het besluit tot weigering van ziekengeld.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in bezwaar, eerste aanleg en hoger beroep en bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: Bevestiging van het WAO-besluit en vernietiging van het Ziektewetbesluit wegens onzorgvuldige medische beoordeling.