ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7205
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege deze niet-tijdige betaling.
Appellant deed hiertegen verzet, dat ter zitting werd behandeld zonder aanwezigheid van partijen. De Raad overwoog dat het griffierecht niet binnen de termijn van vier weken na de aangetekende brief was voldaan en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was.
De Raad stelde dat het griffierecht geen wezenlijke belemmering vormt voor toegang tot de rechter en dat het voorschrijven van een betalingstermijn met niet-ontvankelijkheid als sanctie rechtmatig is. Uitstel was verleend, maar appellant reageerde niet meer op de brief met het laatste uitstel. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.