ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Geen herleving van WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis
Appellante had een loongerelateerde WW-uitkering toegekend gekregen met ingang van 1 juli 2003 voor tweeëneenhalf jaar. Na haar ontslag per 16 februari 2004 vroeg zij herleving van haar WW-uitkering aan, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af omdat zij niet voldeed aan de wekeneis. De rechtbank vernietigde een eerder besluit van het Uwv en bepaalde dat het Uwv alsnog een definitieve beslissing moest nemen over de herleving van de uitkering.
Het Uwv besloot later alsnog de WW-uitkering voort te zetten met ingang van 25 oktober 2004, maar niet voor de periode van 16 februari 2004 tot 6 september 2004. Appellante stelde dat zij ten onrechte geen uitkering had ontvangen over deze periode. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tegen het bestreden besluit waren gericht.
De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve vast dat de rechtbank dit ten onrechte had gedaan en beoordeelde het beroep inhoudelijk. De Raad oordeelde dat de grond van appellante geen betrekking had op het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij geen recht heeft op herleving van de WW-uitkering over de periode 16 februari 2004 tot 6 september 2004.