ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat brief geen besluit is in zin van Awb en niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief
Appellante was werkgever van een werknemer die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontstond discussie over de toekenning van ziekengeld over een bepaalde periode. Appellante diende bezwaar in tegen een brief van het UWV waarin werd bevestigd dat betrokkene geen aanspraak wilde maken op ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit bevatte in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en ook geen schriftelijke weigering tot het nemen van een besluit was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
De Raad overwoog dat de brief slechts een bevestiging was van de mededeling van betrokkene en geen publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg inhield. Omdat betrokkene geen aanvraag tot ziekengeld had ingediend, kon ook geen sprake zijn van een weigering om een besluit te nemen. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de brief van het UWV wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is in de zin van de Awb.