ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie en niet vast te stellen recht op bijstand
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering, maar uit onderzoek bleek dat hij niet was ingeschreven op het opgegeven adres en daar ook niet daadwerkelijk woonde. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af wegens het verstrekken van onjuiste inlichtingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank, stellende dat de woon- en leefsituatie van de aanvrager essentieel is voor de beoordeling van het recht op bijstand.
De Raad baseerde zich op een rapportage van de afdeling Controle en Opsporing waarin werd vastgesteld dat appellant geen post, administratie of persoonlijke bezittingen op het opgegeven adres had en geen vaste slaapplaats daar bezat. Ook de verklaring van de moeder van appellant en tegenstrijdige informatie over zijn verblijfplaats werden meegewogen.
Door het verstrekken van onjuiste informatie over zijn woonadres heeft appellant de inlichtingenverplichting geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad oordeelde dat het College de aanvraag terecht heeft afgewezen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.