ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Terugvordering WAJONG-uitkering wegens inkomsten uit arbeid en anti-cumulatie
Appellant ontving een WAJONG-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en was daarnaast zelfstandig ondernemer. Het geschil betreft de wijze waarop het UWV de inkomsten uit die arbeid via anti-cumulatie op de WAJONG-uitkering heeft betrokken over de jaren 1998 tot en met 2002.
Het UWV had de uitkering over 1998 volledig uitbetaald, maar de uitkering over 1999 tot en met 2001 verlaagd op grond van artikel 50 van Pro de WAJONG, met terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. De rechtbank had het beroep tegen het besluit over 1998 gegrond verklaard en het beroep tegen de toepassing over 1999-2002 deels afgewezen.
In hoger beroep heeft de Raad het beroep tegen het besluit van 16 november 2006 ongegrond verklaard en het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs kon weten dat zijn inkomsten invloed zouden hebben op de uitkering en dat het UWV verplicht is onverschuldigde betalingen terug te vorderen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, welke hier niet zijn vastgesteld.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant en wees de overige kostenvergoedingen af wegens onvoldoende specificatie. Het hoger beroep is daarmee afgewezen en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard en de terugvordering van onverschuldigde WAJONG-uitkering bevestigd.