ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en korting arbeidsongeschiktheidsuitkeringen over afgesloten periode
Appellant, voormalig directeur-grootaandeelhouder van een schoonmaakbedrijf, was sinds 1 februari 1984 ziekgemeld met psychische klachten. Na langdurige procedures kende het UWV hem op 15 april 2002 uitkeringen toe op grond van de AAW en WAO, maar besloot deze niet uit te betalen vanwege inkomsten uit arbeid in de betreffende periode. Tevens trok het UWV de uitkeringen per 1 januari 1989 in wegens het niet tonen van een identiteitsbewijs.
Appellant voerde aan dat de ontvangen bedragen geen inkomsten uit arbeid waren maar leningen die terugbetaald moesten worden en dat het UWV onrechtmatig handelde door met terugwerkende kracht uitkeringen in te trekken na 17 jaar. Ook betwistte hij de beoordeling van zijn gezondheidstoestand op een datum in het verleden.
De Raad oordeelde dat de betalingen aan appellant terecht als inkomsten uit arbeid zijn aangemerkt, mede omdat hij als directeur werkzaamheden verrichtte en de fiscus dit ook zo classificeerde. Appellant kon zijn stelling niet aannemelijk maken. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de uitkeringen heeft ingetrokken en gekort, ook met terugwerkende kracht, en dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht geoorloofd is.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden. Er was geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel of onjuiste toepassing van de kortingsregels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en korting van de uitkeringen wordt bevestigd.