ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen de rechtbankuitspraak die het besluit van het UWV bevestigde om haar WAO-uitkering te herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen op 45 tot 55% per 3 november 2003.
Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig en voldoende was, en dat de beschikbare medische gegevens geen aanleiding gaven om aan deze beoordeling te twijfelen. Appellante had verzocht om een onderzoek door een onafhankelijke deskundige, mede op grond van een latere medische beoordeling die haar arbeidsongeschiktheid op 80 tot 100% stelde, maar deze beoordeling was niet relevant voor de peildatum.
De Raad concludeerde dat appellante met haar beperkingen op de peildatum in staat moest worden geacht de functies te verrichten waarop de schatting van de verdiencapaciteit was gebaseerd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.