ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening WAO-uitkering en weigering ZW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, voormalig productiemedewerkster, vroeg herziening van een eerder geweigerd WAO-uitkeringsbesluit en een ZW-uitkering wegens vermeende toegenomen beperkingen. Het UWV had de WAO-uitkering geweigerd op basis van een belastbaarheidspatroon vastgesteld door een verzekeringsarts, en de ZW-uitkering geweigerd omdat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De Raad overwoog dat het verzoek tot herziening van het WAO-besluit geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die een herziening rechtvaardigen, zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ook de medische rapporten van de commerciële medisch adviseur van appellante werden niet als nieuw beschouwd.
Ten aanzien van de ZW-uitkering concludeerde de Raad dat de verzekeringsarts geen nieuwe beperkingen had vastgesteld ondanks de door appellante aangevoerde verslechtering. De Raad verwierp de stellingen over discrepanties in het medische rapport en concludeerde dat het UWV terecht de ZW-uitkering had geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering en de weigering van de ZW-uitkering worden bevestigd wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.