ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor huurschuld tijdens detentieperiode
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand wegens een huurschuld van €1.079,68, ontstaan tijdens een periode waarin hij gedetineerd was en geen Wajong-uitkering ontving. Het College wees de aanvraag af, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing.
De Raad baseerde zich op artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet werk en bijstand (WWB), dat bijstand voor schulden weigert indien de aanvrager beschikte over middelen om in noodzakelijke kosten te voorzien bij het ontstaan van de schuld of daarna. Appellant had tijdens de schuldperiode geen Wajong-uitkering, maar deze werd na detentie weer hervat en doorbetaald tot het primaire besluit.
De Raad oordeelde dat het voortzetten van de Wajong-uitkering een beletsel vormt voor het verlenen van bijzondere bijstand, ook al was de schuld omvangrijk. Tevens was er geen sprake van een afgewezen schuldsaneringskrediet of zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 49 WWB Pro en Abw, zodat het College niet bevoegd was om af te wijken van artikel 13. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor de huurschuld wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.