ECLI:NL:CRVB:2013:CA3518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurachterstand wegens voldoende bestaansmiddelen na schuldvorming
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en vroeg bijzondere bijstand aan voor een huurachterstand. Het college wees de aanvraag af omdat geen noodzaak voor bijstand bestond en bijstand voor schulden in beginsel niet mogelijk is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet over voldoende middelen beschikte en dat zijn psychische problematiek hem verhinderde zelf de huur op te zeggen. De Raad stelde vast dat appellant na het ontstaan van de schuld vanaf 12 januari 2011 bijstand ontving die voldoende was om in de noodzakelijke kosten te voorzien, en dat hem daarom op grond van artikel 13 WWB Pro geen recht op bijstand toekomt.
De Raad wees het verweer af dat de toegekende bijstand ontoereikend was om de huurschuld te voldoen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en het feit dat beslagvrije voet resteert. Ook het argument dat de intrekking van bijstand per 1 september 2010 onterecht was, werd niet gevolgd omdat dat niet het onderwerp van het geding was. Er waren geen dringende redenen of schuldsaneringskrediet aangevraagd. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor de huurachterstand wordt afgewezen omdat appellant na het ontstaan van de schuld voldoende middelen had om in de noodzakelijke kosten te voorzien.