ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na vijfdejaars herbeoordeling
Appellante, aan wie een WAO-uitkering was toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, werd in het kader van een vijfdejaars herbeoordeling opnieuw medisch onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat zij verminderd belastbaar was door rug-, nek- en psychische klachten. De beperkingen werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), waarop een arbeidsdeskundige functies selecteerde waarmee appellante voldoende inkomen kon verwerven.
Het UWV besloot daarop de WAO-uitkering per 12 augustus 2004 in te trekken. Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar klachten waren onderschat en dat zij de voorgestelde functies niet kon vervullen. Zij overhandigde een brief van het Algemeen Maatschappelijk Werk ter onderbouwing van haar psychische klachten.
De bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige concludeerden echter dat het primaire medische oordeel juist was en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad vond geen aanleiding om het medische oordeel of de arbeidskundige beoordeling te betwijfelen en oordeelde dat de intrekking van de uitkering rechtens juist was.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 12 augustus 2004 wordt bevestigd.