ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant, woonachtig in Spanje, stelde beroep in tegen het besluit van het UWV inzake de vaststelling van zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag en de toekenning van een pro rata arbeidsongeschiktheidsuitkering. De zaak betrof de periode waarin appellant wegens ernstige hartklachten arbeidsongeschikt raakte en de vraag of hij aanspraak kon maken op een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
De Raad oordeelde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 10 augustus 1983 moet worden vastgesteld, in tegenstelling tot het door het UWV aangenomen 2 november 1983. Tevens concludeerde de Raad dat het UWV onvoldoende zorgvuldig was bij het onderzoeken van de mate van arbeidsongeschiktheid na afloop van de ziektewetperiode, mede omdat relevante medische gegevens uit Spanje en Duitsland niet waren opgevraagd.
Verder werd geoordeeld dat appellant vanaf de toetreding van Spanje tot de Europese Gemeenschap op 1 januari 1986 recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De Raad vernietigde het besluit van 7 mei 2004 en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Ook werden de proceskosten aan appellant toegekend en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.